maandag 10 mei 2010

De aankoop van onze auto










Een auto, waarom?
Een auto kopen, ik? Alles kan toch op de fiets: broodmeel, 40 L tuinaarde, katten naar dierenarts of pension brengen, een wasmand via Marktplaats kopen, gordijnrails en vooral met mijn accordeon naar de stad... Diezelfde fiets ving ons altijd prima op bij Fietspoint als we ‘even’ naar een dagje naar familie gingen of naar een concert. Maar toch... we wisten steeds meer nuttige toepassingen van een auto te bedenken. Het schijnt ook bij het wonen in een dorpje te horen. En wat zouden we dan veel spullen kunnen kopen! En toen we ook nog eens een huurauto voor onze vakantie zochten, besloten we dat het wel leuk zou zijn als we die auto na afloop zouden kunnen houden.
Voorwerk
Tjee, een auto kopen, waar begin je dan? Eigenlijk wisten we allang wie we  het beste om hulp konden vragen: mijn oudste broertje. “Tja, waar zal ik beginnen?” schreef ik hem, “Ik weet niet eens wat voor merk ik wil... (...) Ik zoek dus een auto waarbij ik niet steeds hoef te gaan klussen, maar het hoeft zeker niet nieuw, groot, luxe of hip te zijn.” Ons oorspronkelijke budget bleek wat zuinig, want: “Een auto tussen laat zeggen een kratje bier en 1000 euro zit wel helemaal onderaan de markt”, luidde zijn antwoord. Via e-mail kregen we wat richtlijnen qua merken (voorkeur Japans) en andere aandachtspunten. “Het zou te ver gaan om hier alle mogelijke mankementen uit te lichten maar enkele belangrijke zal ik wel aangeven. Beginnende bij het rijden. (...)” Dit werd gevolgd door een 300 woorden lange snelcursus voor een proefrit. Al snel werd duidelijk dat we toch liever samen met hem gingen shoppen.
Ik zal jullie lezertjes niet vermoeien met al het vooronderzoek en andere lijntjes die we hadden uitgezet. Ik richt me op de grote dag, zaterdag 8 mei, waarop we een bezoek brachten aan de dealer in Naaldwijk. Jawel, Naaldwijk, want dat was vlakbij mijn broer (Delft) en daardoor haalbaar op korte termijn.
De grote dag en de reis (dit is dus zo’n alinea die je eventueel kunt overslaan)
Het was een mooie reis naar Naaldwijk. Allerhande vervoersmiddelen passeerden de revue vandaag: op de fiets naar het station, met de trein naar Den Haag, alwaar we door middel van tram, bus en mijlenver lopen bij de autodealer belandden. De treinreis naar Den Haag verliep voorspoedig, lekker 1e klas gereisd, compleet met stopcontact voor mijn laptop, maar helaas vergezeld door talloze enthousiaste lentetour reizigers. Vanaf Den Haag stonden de obstakels her en der opgesteld: geen stempelapparaat voor strippenkaarten in de tram en ruim drie haltes te vroeg uit de bus worden gestuurd door de reisplanner. En eenmaal het eerste beste industrieterrein opgestruind, leerde nader onderzoek ons dat we ons op het industrieterrein van Honselersdijk bevonden. Maar onverschrokken zetten onze helden hun tocht voort.
Nee, het industrieterrein van Naaldwijk was wel 8 km lopen, aldus een hulpvaardige passante. Intussen verkende mijn broer het juiste industrieterrein, waar Veenauto.nl zich zelfs tweemaal had gevestigd. Na veel heen en weer bellen en wat lopen (8 km bleek gelukkig 1 km – de reisplanner zat niet helemaal fout) troffen we elkaar dan toch om 13.00 uur. Waarom vertel ik zo’n lang verhaal over de heenreis? Misschien wel om te schetsen welk voor soort reizen we in de toekomst toch liever met een auto zouden maken.
Bij Veenauto
Veenauto is een familiebedrijfje en we werden geholpen door één van de drie zoons. Van de vier Suzuki’s waar we op af kwamen, waren er al drie verkocht, zo ook de enige die binnen het budget viel. De overgebleven Suzuki Alto was mooi blauw (ik heb bijpassende nagellak in die kleur!) maar ook wel iets te prijzig voor ons. Maar we wisten dat er nog meer was... en zo snel als de auto’s verkocht raakten, kwamen er ook weer nieuwe bij. Om die auto’s te bekijken, moesten we naar de andere vestiging, 1200 m verderop. “Zijn jullie met de auto?” vroeg de verkoper. “Haha, nee, die wilden we nou juist kopen vandaag!"
Het schattige autootje, waarin we naar de andere locatie reden, een Fiat Cinquecento, was ook te koop. Er stond eveneens een wat nieuwere versie van 1998. We legden nog even uit waar de auto voor bedoeld was: niet als boodschappen autootje, maar voor een flinke reis naar Spanje en daarna vooral voor redelijk lange stukken op de Nederlandse snelweg. Maar wel liefst een kleine, lichte auto. De autonamen vlogen me om de oren, maar dankzij ons beperkte budget, was de keuze te overzien.
Na wat eliminineren bleven er een paar potentiële kandidaten over, waaronder een Renault Twingo, een Fiat Cinquecento en een Hyundai Excel. Die laatste had mijn broer ‘knap gevonden’ volgens de verkoper: een goede auto voor weinig geld vanwege de niet al te fraaie motorkap. Nee, we kregen de doffe plekken niet met de hand weggepoetst, maar door de aanhoudende regen begon de auto er steeds beter uit te zien. Dus in het Nederlandse klimaat zouden we hier niet eens slechte sier mee maken.
Na een blokje omlopen waren we er bijna uit. De Renault Twingo viel af vanwege het bouwjaar en de kilometerstand. We neigden al wat naar de Hyundai , maar toch... kiezen we een superlichte nette Fiat of toch de Hyundai met wat ‘meer auto voor je geld’? Of toch twee proefritten maken? Vader Veenstra, die ons verder hielp, was wat stelliger dan zijn zoon: “Nee, in die Fiat moet je niet naar Spanje rijden!” Uiteindelijk werden we ook wel blij van de Hyundai. Mijn broer deed nog wat kleine tests tijdens een proefrit en ik kon er ook prima in rijden, wat ook geen onbelangrijk criterium is.
De koop van de Hyundai excel 1.3
Volgens de voorzichtige inschatting van de verkoper was ik niet heel technisch. Dit werd gelukkig later ook wel ingedeeld onder het label ‘normale mensen’. Dus de auto goed reisvaardig maken voor Spanje verdiende de voorkeur boven een korting. Vonden wij zelf ook een goed plan. De motorkap pollijsten mogen we zelf nog eens doen. Mijn broer gaf hun nog wat aandachtspunten mee en onderhandelde er nog wat ontbrekende matten bij.
Ik kon de overdracht gelijk tekenen, zodat broerlief de auto zondag mooi op de verjaardagen mee kan brengen. (Gewoon tegen betaling, want zulke grote verjaardagscadeaus doen wij doorgaans niet.) Mijn andere broer, die nog even op bezoek kwam, begroette ons vrolijk en vatte onze dag treffend samen: “dus jullie hebben een auto gekocht en gaan met de trein naar huis?”